Orde der Minderbroeders Kapucijnen weg uit IJmuiden


In december vindt in IJmuiden een bijzonder jubileum plaats, dat meteen een afscheidsfeest is. Na 95 jaar vertrekken de paters van de Orde der Minderbroeders Kapucijnen uit de havenplaats. Pater Vriens doet, zoals wel gezegd wordt, 'het licht uit'. Gedurende de maand november is in de Centrale Bibliotheek aan het Dudokplein in IJmuiden een tentoonstelling over de paters te zien. 
In deze Nieuwsbrief koppelen wij opnieuw de historie aan de actualiteit, zoals ook gebeurde in de vorige Nieuwsbrief. Het bestuur van de Kring hoopt dat ook anderen dit voorbeeld zullen volgen.

Bouwactiviteiten

Aan het begin van de 20e eeuw vindt pastoor Henricus van Ginkel van de r.-k. parochie in Driehuis dat de zorg voor de groeiende rooms-katholieke bevolking 'op De Heide', het latere Velseroord / IJmuiden-Oost, om nieuwe krachten vraagt. De Heide valt onder zijn parochie en Van Ginkel vindt de Kapucijnen bereid om op De Heide een kerk en een klooster te bouwen. 
Kapucijnen zijn kloosterlingen, die samen met de Minderbroeders Franciscanen en Conventuelen, de regel en het leven van van Franciscus van Assisi als uitgangspunt voor hun groepsleven kiezen. Tot de jaren zestig gaan zij gekleed in een bruine pij met wit koord en lopen met blote voeten in sandalen.

De Kapucijnen kopen op De Heide een lap grond, waar in april 1908 de bouw van een kerk en een klooster begint. In januari 1909 vestigen de Kapucijnen zich op De Heide, onder leiding van rector P. Natalis. In april van dat jaar wordt het 'pauselijk slot' ingevoerd, waardoor het aan vrouwen verboden is het inwendige van het klooster te betreden. De Haarlemse bisschop Callier reist op 20 september van dat jaar af naar IJmuiden om daar de nieuwe kerk aan de Zeeweg te consacreren voor de r.-k. eredienst. Het godshuis, de Laurentiuskerk, is vernoemd naar de Heilige Laurentius van Brindisië en is een 'hulpkerk' van de parochie in Driehuis. Ook in 1909 wordt de St. Fidelis-vereniging opgericht. Enkele bestaande huisjes op het kort daarvoor aangekochte terrein worden verbouwd tot patronaatsgebouw.
Het blijft niet bij de kerk en het klooster. In 1914 start de bouw van een school: de Antoniusschool, de latere Flevumschool. De jongens huizen boven en de meisjes op de begane grond. Het gebouw is inmiddels gesloopt. Het nieuwe patronaatsgebouw, het Fidelisgebouw, wordt in 1922 gebouwd, maar bestaat nu ook niet meer. De St. Franciscusschool voor jongens wordt in 1925 gebouwd en is anno 2003 nog in het straatbeeld te zien, maar dat duurt niet lang meer. Speeltuin 'Vrij en Blij' gaat in 1933, met een streng reglement, voor het publiek open. 
Voor medische hulp wordt de oude Rijkstuchtschool verbouwd tot het St. Antoniusziekenhuis, dat in 1927 de deuren opent. Acht Duitse verpleegsters uit de Haarlemse Mariastichting, dat nauw betrokken is bij de inrichting van het Antonius, komen in september de poli in IJmuiden 'bemannen'. Vicaris-generaal mgr. M.P.J. Möllman wijdt het ziekenhuis op 30 november 1927 plechtig in. In 1968 begint in de achtertuin de bouw van een nieuw ziekenhuis: het Zeewegziekenhuis, dat burgemeester Bosman op 7 december 1972 opent.

Niet alleen het aantal gebouwen neemt toe, maar ook het bewonersaantal van De Heide gaat omhoog. In 1933 is de tijd rijp voor een eigen parochie. Aan het hoofd van de hulpkerk staat tot dan toe een rector, maar hoewel zelfstandig geworden, slaat de naam pastoor niet aan. De Heidebevolking blijft het hoofd van de nieuwe parochie rector noemen. 
In 1971 wordt de parochie van Gregorius van Utrecht te IJmuiden aan de parochie van de Kapucijnen toegevoegd. Het klooster aan de Willemsbeekweg valt onder de slopershamer. Om de vrijgekomen ruimte goed te benutten richt men de Fidelisstichting op, die volgens haar statuut als doel heeft zich te beraden over de toekomstige bestemming van de grond en de daarop staande bebouwing: de kerk, het Fidelisgebouw en de bibliotheek. De stichting is een intermediair tussen het parochiebestuur en de Orde der Minderbroeders, de eigenaar van de grond en de gebouwen. 
Een aantal plannen passeert de revue en tenslotte kiest de stichting er voor de grond zo goed mogelijk te gebruiken voor woningbouw en het realiseren van een aangepast nieuw kerkcentrum. Daarin komen een kerkzaal en zalen voor allerlei activiteiten van de parochianen.

Het college van Burgemeester en Wethouders van Velsen laat in augustus 1981 de stichting weten veel voor het plan te voelen en stelt de gemeenteraad voor het zogenaamde Fidelisplan over te nemen, de grond te kopen en daar negentig woningen te bouwen.

Op 14 november 1982 vindt om 11.00 uur de laatste dienst in de Laurentiuskerk plaats. Het wordt een bijzondere dienst met ruim aandacht voor het afscheid van de plek en het gebouw, die zo'n belangrijke plaats hebben ingenomen in het leven van vele parochianen. De Haarlemse bisschop mgr. Th. Zwartkruis gaat hoogstpersoonlijk in de dienst voor. 
Acht dagen later begint de sloop. Achtereenvolgens gaan de kerk, het Fidelisgebouw, de Flevumschool en de jeugdbibliotheek tegen de vlakte. Op 28 januari 1983 slaan pastor J. van Overbruggen en wethouder Koen Bijl de eerste paal voor de nieuwbouw. 
De financiering van het nieuwe kerkcentrum komt voor het grootste deel ten laste van de parochie. Om aan voldoende pegulanten te komen doet de parochieraad het voorstel om de overtollige inventaris openbaar te verkopen. De opbengst van de verkoop is bestemd voor het orgelproject. Onder die overtollige inventaris is een vaandel. En ziet, daar komt de Historische Kring Velsen in beeld. Dat vaandel wordt aan het eind van de vorige eeuw in een winkeltje in Haarlem te koop aangeboden. Een vooraanstaand lid van de Kring ziet het hangen en vraagt het bestuur van de Kring het vaandel aan te kopen, om het zo weer in Velsen terug te krijgen en voor het nageslacht te bewaren. Aldus geschiedt, zodat een historische dwaling wordt teruggedraaid.

De paters en de parochianen

Tot zover iets over de gebouwen van de Kapucijnen. In 95 jaar parochieleven gebeurt zo het een en ander. Paters komen en gaan, parochianen delen lief en leed met elkaar, er zijn armen en ondertussen woeden er twee wereldoorlogen. 
Op 3 mei 1911 beginnen de 'rijke' zusters van het Arme Kind Jezus vanuit Wijkeroog (Velsen-Noord) in IJmuiden-Oost een naaischool, waar de vrouwelijke bevolking tweemaal per week de naaldkunst kan bedrijven. Dat leidt er kennelijk toe, dat enkele maanden later een naaivereniging wordt opgericht om in het kader van de Kerstactie kleding voor armen te maken. Daar blijft het niet bij, want de zusters uit Wijkeroog komen vanaf 9 mei 1912 dagelijks naar IJmuiden-Oost om in het lokaal van de naaivereniging een bewaarschool draaiende te houden. In die periode, de Eerste Wereldoorlog is aan de gang, vinden veel Belgische vluchtelingen onderdak in het Fidelisgebouw en bij particulieren.

In 1920 schenken de parochianen luxueuze kroonluchters aan de kerk, die bij een daarop volgende visitatie in ongenade vallen omdat de luchters te 'rijk' zijn. Ze worden vervangen door koperen exemplaren, maar ook dat vindt de provinciaal overste te duur. De oplossing? Ze worden wit geschilderd! 
Een aantal paters is dol op voetbal en gaat daarvoor graag naar de wedstrijd van de r.-k. Voetbalvereniging Velsen, die op de dag des Heren om 12.00 uur begint. Dat wetende, gaan veel vrouwen en meisjes om elf uur naar de kerk omdat de pater dan haast heeft en een korte preek houdt. Tot op een zondag pater Amatus zijn preek begint met: "De dames hebben pech vandaag, want het voetballen is afgelast!". 
Pater Herman maakt volgens zeggen de meeste indruk. Hij houdt fantastische preken om geld voor de missie uit de zakken van de gelovigen te praten. De pater is verder een verdienstelijk schilder en schildert onder andere de kruiswegstaties voor de Paterskerk. Er zullen nog best parochianen zijn die werk van de pater aan de muur hebben hangen. Als 'moestuin-pater' oogst hij lof voor zijn beroemde appels en peren. 
Pater Herman houdt van dieren en heeft een tamme vos, die een belletje om zijn hals draagt. De pater mag de vos van hogerhand niet houden en de geestelijke vindt in de parochie een goed huis voor de vos. Op een zondag komt de nieuwe bazin van de vos de kerk binnen: een vossenbontje om haar hals. Het schijnt dat pater Herman nog nooit zo boos is geweest. De pater heeft ook twee eksters, die hij in de kloosterhof houdt, dat is tenminste de bedoeling. Op een zondagmorgen ziet een van de eksters kans om met de pater de kerk in te glippen en daar voor veel ophef te zorgen. 
Pater Herman is erg populair onder de jeugd van het Rode Dorp. Hij speelt op het 'paterslandje' menig partijtje voetbal met de jongens en dikwijls kan men hem op het platte dak van het klooster zien vliegeren.

Pater Ernestus heeft in de jaren dertig de leiding over een aantal belangrijke zaken in de parochie. Hij gaat over het geld en beheert de Katholieke Spaarbank. De parochianen kunnen elke week een kwartje sparen. De bank is gevestigd in het Patronaatsgebouw, waar Ernestus ook de scepter zwaait over de parochiebibliotheek. Een boek lenen kost drie cent. Als lid van het schoolbestuur is de pater ook verantwoordelijk voor de uitbetaling van het salaris. Op de laatste dag van de maand komt de geestelijke met een sigarenkistje vol enveloppen met geld naar de school om de salarissen uit te betalen. Ernestus staat ook wel bekend als de 'armenpater'. Veel mensen zijn in die crisisjaren heel arm en er zijn veel werklozen. De steun die de werklozen krijgen is te weinig om van te leven en te veel om van dood te gaan. Uit medelijden met de kinderen die honger hebben bezoekt Ernestus, met etenswaren onder zijn pij verstopt, de meest behoeftige gezinnen.

Niet onvermeld mag blijven het verzetswerk dat pater Pontianus tijdens de Tweede Wereldoorlog doet. Samen met broeder Oswaldus (Ossie) zorgt hij ervoor dat onderduikers op de zolder van de Franciscusschool en onder de vloer van de kleuterschool een veilige schuiplaats krijgen. Hij is betrokken bij het inlichtingenwerk en speelt een rol in de opslag van allerlei goederen die voor de Duitsers verborgen moeten worden. In die donkere oorlogsjaren staat op het dak van de Paterskerk een windmolen, die stroom levert voor de kroonluchters in de kerk. De gebruikelijke lampen zijn vervangen door fietslampjes.

 

Een processie in de tuin van het Antoniusziekenhuis in de jaren dertig. 

Het jaarlijks Sacramentsfeest is een hoogtepunt en wie voor de processie wordt uitgekozen valt een grote eer te beurt. De hele parochie werkt aan het feest mee. Engelen en martelaren worden uit de schooljeugd gekozen en als je dat niet wordt kan je altijd nog als bruidje optreden. De engelen dragen witte jurken en hebben blauwe linten in de hand, die met het meegevoerde Mariabeeld zijn verbonden. De martelaren gaan in het rood, terwijl de bruidjes eveneens witte jurken dragen en met palmtakken zwaaien. 
Geruime tijd voor de grote dag worden de vaandels (!) tevoorschijn gehaald, uitgeklopt en opgepoetst. De processie vindt plaats in het seculiere hof van het Antoniusziekenhuis, dat natuurlijk opgeknapt is en er prachtig bijligt.

Er valt nog meer over de parochie te schrijven, zoals over de Jozef Gezellen of De Graal, de toneelvereniging, de bloembollententoonstelling in het Patronaat, de informatieavond over 'de pil' (gebruiken prima, maar het zilverpapiertje voor de missie bewaren), of over het jongenskoor De Zingende Klokken, die op zondag 15 augustus 1953 om 16.00 uur optreden in het radioprogramma Het Erf. van de KRO.

Pater Piet Vriens was 23 jaar de parochiepastor in IJmuiden, pater Alfred van de Weyer was onder anderen Deken van Beverwijk, zuster Mauritia Haring bespeelde het orgel, zong in het Mauritiakoor en was telefoniste van de paters en zuster Antonella Bouman was koster van de Laurentiuskerk. Op één na verlaten zij IJmuiden.

Oproep

Wilt u ook schrijven over de Kapucijnen in IJmuiden? Dat kan, voor ons jaarboek Velisena. De Redactie Velisena nodigt u uit daarover contact op te nemen. Ten slotte bedank ik mevrouw Anny Koelemij-Zwetsloot voor het beschikbaar stellen van de informatie voor dit korte artikel.

Guus Hartendorf, voorzitter HKV.